You are here:

Je kan hem bijna niet meer wegdenken, die videocamera in je broekzak. Maar hoe zat dat in het verleden? Onze collectie-experts Gijs en Irma vertellen waarom amateuropnames - van vroeger én van nu - van onschatbare waarde zijn.

In de serie Nederland op film van Omroep MAX komen beelden voorbij uit een bijzonder onderdeel van de collectie van Beeld en Geluid: amateuropnames. Voor het eerst is er nu een documentaireserie gemaakt van amateurfilms die een beeld geven van Nederland van de jaren 20 tot 80 van de vorige eeuw. Wat maakt deze zelfgemaakte opnames het bewaren waard?

Als Wim Choufour de inhuldiging van het Nederlands elftal filmt in 1974, zien we hossende fans en handige verkopers, maar komen de voetballers zelf nauwelijks in beeld. (Roes '74, Wim Choufour, 1974. Collectie Beeld en Geluid.)

Spelletjes op het schoolplein, zwieren op het ijs, met de caravan op vakantie naar Frankrijk, voorbeelden van alledaagse en feestelijke momenten die te klein zijn om door professionele makers te worden vastgelegd maar die door amateurfilmers in hun familiefilms liefdevol in beeld worden gebracht. Zij missen de professionele distantie en er zijn geen commerciële belangen. Vaak zijn de filmers onderdeel van het publiek, waardoor ze filmen vanuit een geheel andere invalshoek. Dus als Wim Choufour de inhuldiging van het Nederlands elftal filmt in 1974, zien we hossende fans en handige verkopers, maar komen de voetballers zelf nauwelijks in beeld.

Het zijn de onderwerpen en de invalshoeken die maken dat amateurfilms het bewaren waard zijn: amateuropnames bieden ons een nieuwe kijk op bekende gebeurtenissen. Filmconservator Henk Verheul begint in 1985 met het verzamelen van amateurfilms en alles wat er mee te maken heeft. Zijn verzameling groeit snel. Verheul gaat op markten op zoek naar films, projectoren en camera’s. Ook doet hij oproepen in filmbladen, op regionale en landelijke televisie en via zijn netwerk bij plaatselijke filmclubs.

Het mondt uit in zijn ideaal, het Smalfilmmuseum. Het museum genereert aandacht van onderzoekers en omroepen. Onder meer het programma Andere Tijden ontdekt de amateuropnames en zet ze in om een nieuw perspectief te bieden op historische verhalen. In 2006 wordt de collectie van het museum overgedragen aan Beeld en Geluid. Sindsdien vormt het de basis van een almaar groeiend onderdeel van het archief.

Van smalfilm naar video

Vanaf het ontstaan van de camera hebben amateurfilmers onderwerpen die hun belangstelling hebben, vastgelegd op camera. Aanvankelijk waren die camera's lastig te bedienen en duur, dus slechts weggelegd voor de enkeling. Met de komst van 8mm-film en eenvoudig te bedienen camera’s eind jaren 30, nam het aantal amateurfilmers (ook wel smalfilmers genoemd) toe.

Filmen bleef een dure hobby, dus de films uit de vooroorlogse jaren laten vooral het leven zien van de welgestelden. Zij gaan op wintersport of wandelen in de bergen, hebben een auto en personeel. Daarnaast is er een steeds groter wordende groep die niet alleen wil vastleggen wat er gebeurt, maar zich ook wil specialiseren in verhaallijnen, montage, animatie of documentaire. Al voor de oorlog ontstaan er lokale filmclubs en worden er onderlinge filmwedstrijden gehouden. Op clubavonden zijn er gastsprekers, laten de leden elkaar hun werk zien of wordt er gewerkt aan een gezamenlijk filmproject.

Pas in 1995 neemt de verkoop van de videocamera een vlucht. En nu? Nu filmen we allemaal.

Na de oorlog neemt het aantal mensen dat een camera bezit snel toe. Vooral in de jaren 60 en 70 is er sprake van een explosieve groei. Het aantal amateurfilmers verdubbelt tussen 1965 en 1978 van rond de tweehonderd- tot ruim vierhonderdduizend. In allerlei plaatsen worden smalfilmclubs opgericht, er komen tijdschriften en televisiecursussen om de hobbyist bij te staan. Filmen komt in het bereik van elke Nederlander zodat de familiefilms uit de naoorlogse periode een meer doorsnee gezinsleven laten zien.

Uiteindelijk worden amateurbeelden in de jaren 80 en 90 zeldzamer. De groei van cameraverkoop komt in de jaren 80 tot stilstand. De economische crisis en de komst van de videocamera, met snel opeenvolgende standaarden en modellen, maken dat de consument niet langer geïnteresseerd is in een smalfilmcamera. Liever wacht hij af tot de videocamera zo licht, handig en goedkoop wordt als hem wordt voorgespiegeld door de fabrikanten. In 1989 is nog maar in 225.000 huishoudens een videocamera aanwezig. Pas in 1995, wanneer videocamera’s daadwerkelijk kleiner en goedkoper worden, neemt de verkoop een vlucht. En nu? Nu filmen we allemaal.

Fragment uit 8mm amateurfilm van Guus Oldenboom over Delft (1974). Collectie Beeld en Geluid

Een onbekende in de hoofdrol

Vooral het aspect van de herkenbaarheid speelt een rol bij de waardering voor het genre. Als kijker ben je soms getuige van intieme momenten zoals op verjaardagen, bruiloften en schoolreisjes. De beelden raken aan de eigen herinnering ondanks dat een onbekende de hoofdrol speelt.

Veel opnames geven een beeld van de geschiedenis van het dagelijks leven. Films over dorpen en steden laten de straten, de mensen en de pleinen zien zoals ze er vroeger waren.

Fragment uit de 'Binnenlandse Strijdkrachten-film' van Dick Laan over de voedseldroppings vlak na de bevrijding (zonder geluid, 1945). Collectie Beeld en Geluid.

Ook kun je door de films uit vervlogen tijden je een voorstelling maken van een leven dat je niet hebt gekend. Hoe is het bijvoorbeeld om te leven in de jaren 30 in Nederlands-Indië? Of je staat ineens middenin een gebeurtenis waar je nooit bij bent geweest, zoals in de prachtige films over de bevrijding in 1945.

De films die amateurfilmers hebben gemaakt van hun gezin en omgeving schetsen een beeld van de manier waarop de wereld eruit heeft gezien. Wel moet bedacht worden dat de camera veelal gepakt werd op feest- en hoogtijdagen of op andere momenten die afwijken van het dagelijkse leven. Het is over het algemeen hartje zomer of midwinter, er wordt veel gezwommen en geschaatst. Werk, school en het huishouden zijn minder vaak te zien dan vakanties, vrije dagen en dagjes uit.

Bewaren is het devies

De nieuwe serie van Omroep MAX bestrijkt het tijdperk van de smalfilm tot de komst van de videocamera. Maar natuurlijk houdt het daar niet op. Tegenwoordig filmen we allemaal, maar de beelden op je smartphone gooi je net zo gemakkelijk weer weg. Beeld en Geluid spant zich dan ook in om de collectie amateurfilm voor alle periodes compleet te maken. Met het Amateurfilm Platform, een samenwerking van Beeld en Geluid en meerdere regionale archieven, kan iedereen daaraan bijdragen. Elke amateurfilmer kan zijn digitale of analoge film uploaden of aanbieden.

Op de website van het Amateurfilm Platform zijn de films van elf decennia samengebracht. Van de vroegste smalfilms uit het museum van Verheul tot het met een digitale camera en drone gefilmde project Marconi in Delfzijl in 2018.

Project Marconi Delfzijl (Tonnie Stam, 2018)

Project Marconi Delfzijl (Tonnie Stam, 2018)

Meer lezen en bekijken

Bekijk online amateurfilm-tentoonstellingen op het Amateurfilm Platform en bied je eigen films of video aan voor onze collectie.

Nederland op Film is vanaf 7 februari iedere woensdag om 20:45 uur te zien bij Omroep Max op NPO2.

Bronnen

Stichting Amateurfilm

Stichting Smalfilmmuseum, Beeld en Geluidwiki

‘De toekomst van de smalfilm’, Het Vaderland, staat- en letterkundig nieuwsblad 22-11-1930

‘Half miljard besteed aan foto-hobby’, Limburgsch dagblad 23-01-1965

‘Gebundeld’, De Telegraaf 30-12-1978

'Gezin geeft per jaar plm. 245 gulden uit aan foto/video', Nederlands dagblad 28-11-1989