You are here:

Pride in de media: 'Where do all the quiet gays go?'

Net als Hannah Gadsby vraagt Meredith Greer zich af waar alle stille homo's zijn gebleven, wanneer ze in de mediacollectie van Beeld en Geluid door berichtgeving over de Gay Pride struint.

De Canal Pride in Amsterdam in 2011. Foto: Merijn van der Vliet

Wie aan Pride denkt, ziet een uitzinnige menigte van prachtig uitgedoste, openlijk homoseksuele, halfnaakte mannen voor zich. Eigenlijk is er geen enkel beeld dat zo sterk op het collectieve maatschappelijke netvlies staat als het op de LHBTI+ gemeenschap aankomt. Voor veel mensen die verder amper met de gemeenschap in aanraking komen, is dit beeld dan ook tekenend voor wat ze zich überhaupt voorstellen bij iedereen die niet heteroseksueel is.

Ik moet denken aan de comédienne Hannah Gadsby, die in haar weergaloze show Nanette vertelt hoe Mardi Gras, de Australische versie van Pride, haar voor het eerst in aanraking met ‘her people’ bracht. Het was voor haar juist een van de redenen waardoor ze zich moeilijker kon identificeren met haar geaardheid als lesbienne. Ze vraagt zich af: “Where do all the quiet gays go?” Nederlandse schrijver Manju Reijmer beschrijft ook hoe hij zich in eerste instantie helemaal niet thuis voelde op Pride.

Als je homo bent, dan sta je ogenschijnlijk meteen op een boot. Er lijkt geen middenweg.

Eerst vanwege geïnternaliseerde stigma’s op homoseksualiteit, maar daarnaast ook vanwege het gebrek aan nuance in LHBTI+ identiteiten. “Als samenleving wissen we biseksualiteit, panseksualiteit, aseksualiteit en vele andere uitingen van seksuele identiteit uit ten faveure van een simpelere keuze: hetero of homo. En als je homo bent, dan sta je ogenschijnlijk meteen op een boot. Er lijkt geen middenweg.”

Het item in het Radio 1 Journaal gaat vooral over de op de Pride optredende zangeres Willeke Alberti. Fragment uit Radio 1 Journaal, NOS, 04-08-1996. Bron: collectie Beeld en Geluid. Foto: Willeke Alberti in 1997. Fotograaf onbekend. Bron: collectie Beeld en Geluid.

De eerste keer dat de Amsterdamse Pride langskomt in de archieven van Beeld en Geluid, is in 1996 op Radio 1. Het wordt foutief aangekondigd als “een driedaags festival voor homo’s, waarmee ze hun liefde voor Amsterdam betuigen”. Maar eigenlijk was het vooral een excuus om Willeke Alberti te interviewen die er toevallig optrad. ‘Wat voor publiek is het? Want ik heb ze al zien lopen hier, maar beschrijf ze eens voor de luisteraar?’ wordt er enigszins lacherig gevraagd.

De zinsnede over 'aanstootgevende taferelen' wordt begeleid met een shot van de Club Trash-boot. Journaal, NOS, 02-08-1997. Bron: collectie Beeld en Geluid.

In 1997 leest de nieuwslezeres droogjes op dat alle deelnemers vooraf een verklaring hebben moeten ondertekenen waarin ze beloven aanstootgevende taferelen te vermijden, terwijl de camera een shot van de boot van Club Trash toont, waarin alle mannelijke deelnemers leren assless chaps met blote kont of alleen een string dragen.

Het NOS Journaal opent in 2008 met een item over de boodschappen die men op de boten uit wil dragen. Journaal, NOS, 02-08-2008. Bron: collectie Beeld en Geluid.

Wie de fragmenten van het NOS Journaal over de jaren heen ziet, ziet een aantal dingen die op beginnen te vallen. Er worden alleen beelden getoond van de botenparade, niets van alle andere activiteiten die dagenlang in de stad te doen zijn. De camera kiest altijd de meest fotogenieke, maar ook de meest stereotype en shockerende beelden uit. Tot in 2006 komen er bijna nooit vrouwen of lesbiennes in beeld. Er komt pas echt aandacht voor de politieke boodschap van de boten, wanneer de gemeente Amsterdam in 2007, en daarna landelijke politici in 2008, besluiten mee te doen.

Veel aandacht voor bloot tijdens Gay Pride 2003 en 2004. Henk Krol: 'Maar da's maar één dag in het jaar.' Journaal, NOS, 02-08-2003, & Jeugdjournaal, NOS, 07-8-2004. Bron: collectie Beeld en Geluid.

Het journaal in 2003 besteedde, letterlijk, het hele item met het bespreken ‘hoe bloot de homo’s en lesbi’s’ van de Gay Pride’ waren. Net als het jeugdjournaal van 2002. In het jeugdjournaal van 2004, waarin wordt gesproken over homo-acceptatie en homo’s die ‘gepest worden’, zegt Henk Krol, toen nog baas van de Gay Krant: ‘Als je hier naar de beelden kijkt, dan denk je “homo’s gedragen zich raar”. Maar dat is maar een dag per jaar! En al die andere 364 dagen in het jaar, gedragen homo’s zich net zo normaal als je vader, je moeder, je buurman en je buurvrouw.' Terwijl zijn soundbite wordt uitgezonden, wordt er ingezoomd op een boot waarop deelnemers allen een huidkleurige panty dragen met een slappe neppiemel eraan vastgenaaid, inclusief ballen en schaamhaar.

Jongeren willen meer voorlichting op scholen. Journaal, NOS, 06-08-2011. Bron: collectie Beeld en Geluid.

Je voelt de kijker thuis bijna fronsen. Moet dat nou, zo bloot op die boten? Het antwoord is: ja. Pride is in essentie altijd een revolutie van mensen die hun hele leven te horen hebben gekregen dat ze zich moeten schamen, en die schaamte weigeren.

Zoveel mensen als er zijn, zoveel verschillende manieren zijn er om jezelf te zijn.

Jezelf zijn, in al je glorie, dat is wat gevierd wordt. Maar het hele ding van de regenboogvlag is natuurlijk dat er een spectrum, een veelheid is, van verschillende seksuele geaardheden en identiteiten. Zoveel mensen als er zijn, zoveel verschillende manieren zijn er om jezelf te zijn. En in 2011 wordt daar door deelnemende scholieren zelfs aandacht voor gevraagd.

Pride is de prachtige, extravagante, provocerende dragqueen en de seksueel vrijgevochten homoman die geen boodschap heeft aan het oordeel van de toeschouwer. Maar het is ook een verlegen jongen, die voor het eerst hand in hand over straat durft te lopen met zijn vriend. Het is de coolness van een lesbienne, die haar arm om de schouder van een vrouw slaat. Het zijn biseksuele en panseksuele mensen die de grenzeloosheid van hun liefde vieren. Het zijn die mensen die hun gender in een blender hebben gegooid tot de mix voor hen precies goed voelde en zich eindelijk in het openbaar geaccepteerd voelen. Het zijn alle mensen die niet in één hokje te vangen zijn. Het zijn, zoals Manju Reijmer schrijft, ‘mensen die langzaam de aangeleerde zelfhaat vervangen met zaadjes van eigenwaarde, die kunnen groeien tot trots’. Wat zou het mooi zijn als we al die andere kleine ontkiemende zaadjes nog meer in beeld zouden proberen te vangen.

 

Beeld en Geluid geeft in deze verhalen-omgeving opiniemakers de mogelijkheid te reageren op actuele media-ontwikkelingen, om hiermee een discussie over een open en vrije mediasamenleving te bevorderen.