You are here:

Op vrijdag 5 oktober 2018 vond de Museumkennisdag plaats, als onderdeel van het jaarlijks Museumcongres. Deze kennisdag specifiek voor de museumsector wordt jaarlijks georganiseerd door de Museumvereniging. Dit keer in het imposante Louwman Museum in Den Haag. Onder de titel ‘Musea voor iedereen?!’, stond de kennisdag geheel in het teken van diversiteit en inclusie.

Vanuit de wens om als museumsector zowel toegankelijkheid als verscheidenheid te bieden aan álle inwoners van Nederland, organiseerde de Museumvereniging een inspirerend programma rondom deze thema’s. Wat is diversiteit en wat is inclusiviteit? Wat betekent dit voor ons museum en breder ons instituut? Hoe kunnen we daar daadwerkelijk handen en voeten aan geven? En ook: waarom willen we dat eigenlijk?

Het programma van de kennisdag was opgebouwd langs de vier P’s van de Code Culturele Diversiteit: publiek, programma, personeel en partners. Deze zogeheten ‘gedragscode’ is onlangs ook onderschreven door Beeld en Geluid. Aan de hand van lezingen en verschillende expertmeetings was er voldoende mogelijkheid om van elkaar te leren en ervaring en kennis uit te wisselen. Beeld en Geluid medewerkers Hans, Jenny en Demelza hebben zich deze dag ondergedompeld in het programma, elk vanuit hun eigen functie en interesse. Lees hieronder over hun ervaring en bevindingen van deze museumkennisdag.

Als dat maar fout gaat…

Remko van der Drift van het ‘Instituut voor Faalkunde’ opende de kennisdag op energieke en verrassende wijze. Remko droomt ervan om Nederland ‘faalkundig’ te maken. Daarmee doelt hij op het ‘lief zijn’ voor jezelf en het accepteren van je eigen fouten, maar óók die van anderen. Want hij “gunt het iedereen om het allerbeste uit zichzelf te kunnen falen”. Remko constateert dat we leven in een verkrampte samenleving die voornamelijk gericht is op resultaat en succes.

Voor leren en reflectie is er weinig ruimte. Hij zegt: “Laten we ons meer focussen op het proces en minder op het eindresultaat”. Wees mild naar jezelf en naar anderen en ga vooral in dialoog; zoek elkaar op, stel vragen en laat je verrassen. Benadruk niet keer op keer wat fout is. Probeer te kijken naar de voortgang en bespreek de volgende stap vanuit de nieuw ontstane situatie.

Remko gaf ons tot slot een potje “faalfitness” waar wij ietwat onwennig aan meededen om vervolgens onze ‘faalspieren’ te laten rollen. We leerden dat fouten maken niet erg is en zelfs ook leuk kan zijn, en hoe snel we eigenlijk iets konden waarvan we van te voren dachten dat niet te kunnen. 

Toegankelijkheid musea voor mensen met een beperking

Donderdagmiddag 4 oktober vond in het gemeentemuseum de workshop van het Rijksmuseum plaats. Tijdens deze workshop ging het om de toegankelijkheid van het museum voor mensen met een beperking. 

Samen met een collega van de Kunsthal ondervonden we aan den lijve hoe het is om het museum te bezoeken met bepaalde lichamelijke beperkingen of als ouder persoon. We kregen een soort bomvest om met allemaal gewichtjes erin, gewichten om de enkels en de polsen, een bril op waardoor het zicht minimaal was en een koptelefoon op. Later gingen we ook nog in een rolstoel door het museum.

Het was erg verrassend om te ervaren hoe toegankelijk het museum is, of beter gezegd, niet is voor mensen met een lichamelijke beperking. We kregen de opdracht om te vragen waar het schilderij Victory Boogie Woogie van Piet Mondriaan is in het museum. De dame aan de informatiebalie ging aan de hand van een plattegrond vertellen hoe we moesten lopen. Toen we aangaven slechtziend te zijn, werd het stil. Er kwam weinig uitleg dan “rechtdoor, bij het hekje linksaf etc”. Uiteindelijk hebben we het schilderij niet bereikt omdat het te ver weg was en we het niet konden vinden. Nu denk je misschien: “waarom wil je toch een schilderij bekijken als je slechtziend bent?”. Herinneringen spelen hierin een grote rol. Bepaalde kunstwerken kunnen soms nog wel goed te herkennen zijn, zo stonden we voor een schilderij met een zelfportret van Vincent van Gogh. Het is wazig en er zijn alleen contouren zichtbaar, maar we “zagen” vanzelf de rest erbij, omdat we vanuit ons geheugen weten hoe het schilderij eruit ziet.

Museumcongres3.jpg

Het is daarom goed voor te stellen dat oudere mensen die slechtziend zijn geworden toch een museum bezoeken om die herinneringen op te halen. De ervaring blijft mooi. Het is natuurlijk anders als iemand altijd slechtziend is geweest dan kun je bijvoorbeeld werken met andere zintuigen zoals smaak, gevoel, gehoor en reuk. Ook zijn er musea waar bezoekers de museumstukken mogen aanraken. Zo wordt de expositie ook voor hen toegankelijk.

Na aanleiding van deze workshop willen wij graag verder onderzoeken in hoeverre wij als Beeld en Geluid, en straks met het nieuwe museum, toegankelijk zijn voor deze groep mensen. Op den duur zou het leuk zijn als we deze workshop van het Rijksmuseum kunnen organiseren met de medewerkers van Beeld en Geluid. Want praten is goed, maar zelf ervaren is nog beter.

‘Inclusief museumbeleid’ - Van de vier P’s naar Praktijk

In de expertmeeting ‘Inclusief museumbeleid’ deelde Steven ten Thije van het Van Abbe Museum zijn ervaringen met het formuleren en het implementeren van beleid over diversiteit en inclusiviteit binnen musea. Voor veel musea is dit een uitdaging. Steven benadrukt als eerste om alle vier de P’s (Programma, Publiek, Personeel, Partners) van de Code Culturele Diversiteit in samenhang in te zetten. Hoe kan ons museum - en breder ons instituut - zich niet alleen richten op het reguliere museumpubliek, maar lukt het ons ook om groepen te betrekken die nu het gevoel hebben niet gezien te worden? Tijdens deze expertmeeting stonden twee vragen centraal: 1) Hoe definieer je inclusiviteit voor jouw museumorganisatie? 2) Welke methode gebruik je om je inclusiviteitsdoelstelling(en) te realiseren? 

Steven stelt dat afhankelijk van waar je museum zich bevindt, de betekenis en inhoud van inclusief beleid verandert. In die zin is inclusief beleid contextafhankelijk. Een dergelijk beleid kan je niet over elk museum uitrollen volgens een nationale norm of als een blauwdruk. Als voorbeeld noemt hij het Van Abbemuseum, Museum voor hedendaagse kunst. “Ons museum bevindt zich in Eindhoven, in een context waar technologie domineert, en die relatief ook veel autisten kent.”, zegt Steven. Zo ontwikkelde het Van Abbemuseum een Special Guests programma (dat mede mogelijk werd gemaakt door de BankGiroLoterij). In samenwerking met Stichting Onbeperkt Genieten is het ‘prikkelarme museumbezoek’ georganiseerd voor onder andere mensen met autisme, ziekte of beperking die op een andere manier prikkels verwerken en soms lager in hun energie zitten, waardoor een museumbezoek als slopend ervaren kan worden.

Bij het formuleren van een inclusief beleid adviseert Steven dan ook goed te kijken naar je eigen regio, omgeving en context. Bepaal daarbij de relevante perspectieven en onderzoek ook welke perspectieven ondergewaardeerd zijn of wellicht ontbreken er nog perspectieven. De volgende stap is om vervolgens na te gaan welke P’s van de Code Culturele Diversiteit geschikt zijn om ruimte te maken voor die perspectieven (of een combinatie van de P’s).

Welke methode gebruik je om inclusiviteitsdoelstellingen te realiseren?
Steven stelt voor om een extra P toe te voegen aan de Code Culturele Diversiteit: de P van Proces en/of Peilen. Het is belangrijk om een helder startmoment te creëren zodat je weet waar je vandaan komt, of je vooruitgang boekt en waar je staat. Doe dat bijvoorbeeld met een 0-meting en bepaal daarbij je succesindicatoren. Vervolgens ga je na of die succesindicatoren ook de ondergewaardeerde perspectieven een plek geven. Zo niet, dan ga je na of er indicatoren te bedenken zijn die kunnen helpen in het ruimte maken voor die ondergewaardeerde perspectieven.

Steven benadrukt dat dit een ongoing proces is. Het formuleren van inclusief beleid is een proces dat langzaam onderdeel wordt van de organisatiecultuur en ook structuur. Je strategie en aanpak in deze is ‘gewoon doen’, waarbij je mag experimenteren. Het is een proces waarin we fouten mogen maken, oftewel lekker falen in de woorden van faalambassadeur Remko, om hier vervolgens bij stil te staan, te reflecteren en weer bij te stellen. Kortom, het pad dat we met elkaar bewandelen naar een inclusief museum is zeker niet lineair en gaat gepaard met omwegen, zijwegen en sluiproutes.    

#Decolonizethemuseum

In de expertmeeting #Decolonizethemuseum gingen deelnemers in gesprek met leden van de actiegroep #Decolonizethemuseum aan de hand van actuele museale vraagstukken rondom inclusiviteit, representatie en beladen erfgoed. Met behulp van stellingen werden deelnemers gevraagd ervaringen te delen. Het werd een levendig gesprek tussen medewerkers van verschillende instellingen over de blokkades die men binnen de instellingen ervaart om thema's als diversiteit, inclusiviteit en representatie bespreekbaar te maken. Daarnaast werd een groot verschil tussen hoofdstad en provincie geconstateerd. Naast voorbeelden uit Amsterdamse musea (Rijksmuseum, Tropenmuseum) waar relatief veel aandacht en draagvlak voor inclusiviteit en representatie is, werden voorbeelden van provinciale en lokale musea aangehaald waar sommige thema’s (bijv. een alternatief voor zwarte piet bij programmering) onbespreekbaar bleken te zijn. Deze kloof bleef aan het eind van de workshop hangen. Er is een behoorlijk verschil in wat de deelnemers zouden willen veranderen en de bereidheid van hun collega’s om mee te veranderen.

Tot slot: Binnenkort bij Beeld en Geluid workshops ‘onbewuste vooroordelen’

Elonka Soros sloot de Museumkennisdag af met een korte presentatie over hoe het brein werkt in relatie tot vooroordelen en vooringenomenheid. Elonka is deskundig op de bevordering van diversiteit en inclusie, specifiek in de mediasector. Met haar workshops ‘onbewuste vooroordelen’ heeft zij reeds andere mediabedrijven hierin bijgestaan, van BBC tot NTR. In januari 2019 starten we bij Beeld en Geluid met twee pilotsessies onder begeleiding van Elonka.

Waarom is dit nodig?
Directeur Beeld en Geluid Eppo van Nispen tot Sevenaer: “Ik vind het zeer belangrijk dat we hier met elkaar aandacht aan besteden. Als publiek instituut voor mediacultuur vertellen we het verhaal van mens en maatschappij, van onze nationale identiteit. Een identiteit die met de tijd verandert. Belangrijk is dat in de verhalen die wij brengen buiten, maar ook binnen ons eigen interne Beeld en Geluid wereld, mensen zich kunnen herkennen. Herkenning, erkenning en verbinding zijn sleutelwoorden hierin. En hoezeer we denken dat goed te doen, heeft ieder van ons te maken met zijn eigen onbewuste vooroordelen, zeg maar blinde vlekken. Die blinde vlekken sturen ons meer dan we misschien willen. Gelukkig zitten we allemaal in hetzelfde schuitje. Ik zie de workshops van Elonka als startpunt om onze eigen blinde vlekken te leren kennen, om gezamenlijk en in vertrouwen hierover te praten en toe te passen in ons werk.”