You are here:

Eerste Nederlands filmarchief 100 jaar geleden opgericht

Het Nederlands Centraal Filmarchief in Den Haag is op 19 oktober 2019 100 jaar geleden ontstaan. De collectie van dit filmarchief maakt nu deel uit van de collectie van Beeld en Geluid. Vandaar dat Bas Agterberg deze verjaardag niet in stilte voorbij wil laten gaan. Lees zijn hommage aan het eerste Nederlandse filmarchief.

Een instituut als Beeld en Geluid konden ze zich waarschijnlijk niet voorstellen. Trots en zelfbewust waren ze zeker, de oprichters van het Nederlands Centraal Filmarchief. Op 19 oktober 1919 richtten een aantal particulieren in Den Haag het eerste filmarchief in Nederland op, waarschijnlijk waren ze de eersten in Europa. De films die dit archief verzamelde, vormt de basis voor de collectie van EYE Film Instituut en Beeld en Geluid.

Filmcollectie

Wat is de betekenis van deze filmcollectie die 100 jaar geleden begon? Een ingezonden krantenartikel in Algemeen Handelsblad op 12 september 1919 was het startpunt. ‘Nu de bioscoopfilm hoe langer hoe meer het volmaakte nabij gekomen is, is bij mij de vraag gerezen of het niet wenselijk is, de film van heden te bewaren voor het nageslacht, dat daaruit leering en wetenschap kan putten’, zo schreef amateur historicus D.S. van Zuiden. 

Notabelen

Een maand later was hij een van de oprichters. In het bestuur zat een aantal notabelen zoals de Algemeen Rijksarchivaris R. Fruin, de directeur van de Dienst Kunsten en Wetenschappen van de gemeente Den Haag Dr. H.E. van Gelder, de bankier Mr. D.W.K. de Roo de la Faille, de directeur van de schoolbioscoop David van Staveren, bioscoopdirecteur André de Jong en de Tweede Kamerleden Mr. Dr. A. van Rijckevorsel en Mr. Dr. E.A. van Beresteijn. Ze brachten een unieke combinatie in expertise samen met kennis van archivering, politiek bestuur, financiën én mediawijsheid anno 1919.

Een beeld van Nederland

Tussen 1920 en 1933 werd een collectie van zo’n 800 filmtitels aangelegd. Het doel was films te verzamelen die een beeld van Nederland gaven. De financiering kwam van partners, zoals een aantal grote gemeenten. Ondanks dat er twee parlementariërs in het bestuur zaten, was er pas 1930 een bescheiden rijkssubsidie. Het ontbreken van financiële middelen beperkte de mogelijkheden van het archief.

Kermisattractie

Het is bijzonder dat film het archief film als informatiemedium beschouwde. Film werd in tijd vooral als vorm van entertainment gezien, het was lange tijd een kermisattractie. In het dagelijks leven speelden media nog geen grote rol. Wel was het een tijd van grote verandering zo vlak na de Eerste Wereldoorlog. Een kleine drie weken na de oprichting van het Nederlands Centraal Filmarchief startte pionier Hanso Idzerda op 6 november 1919 vanuit Den Haag met radio-uitzendingen.

Marketingmiddel

Eind jaren twintig werd de radio een massamedium. De film was dat al, de pas ingerichte bioscopen trokken steeds vaker volle zalen met de films uit Hollywood. De Nederlandse filmindustrie was klein, maar er kwam een bioscoopjournaal, er werden documentaires gemaakt, bijvoorbeeld over de Nederlandse koloniën. Gemeenten zagen in film een mooi marketingmiddel om hun stad voor toeristen aan te prijzen. Het zijn deze films die in het archief van het Nederlands Centraal Filmarchief terecht kwamen.

Brand

Vooral het Haagse bedrijf Haghefilm van Willy Mullens was de hofleverancier. Zijn kantoor brandde in 1927 af, waarmee de noodzaak voor archivering maar eens onderstreept werd. Dankzij het archief is een groot deel van het werk van Haghefilm bewaard.

Voor het grootste deel van het publiek in 1921 is het de eerste blik op de wereld buiten de eigen (stads)grenzen.

Informatiekaart van NCF: "Lens - Hollands dorp in Frankrijk". Opgenomen in de NCF collectie in 1920.

Tijdsbeeld

Het duurde na de oprichting nog wel even voor de eerste film in een catalogus genoteerd werd. De eerste kaart in de kaartenbak - bewaard in Beeld en Geluid - is van de film ‘Lens, een Hollandsch dorp in Frankrijk’. Door Hollanders is aan het zwaar getroffen Frankrijk den opbouw aangeboden van het dorp Lens. Dit is geschied door den opbouw van Hollandsche huisjes.’

Haghefilm maakte een verslag. Het is een mooi tijdsbeeld, waarin het neutrale Nederland helpt om het verwoeste Frankrijk op te bouwen. Voor de hedendaagse kijker is het wellicht moeilijk om de zwart-wit films zonder geluid aandachtig te bekijken. Voor het grootste deel van het publiek in 1921 is het de eerste blik op de wereld buiten de eigen (stads)grenzen.

Beelden van het na de eerste wereldoorlog heropgebouwde dorp Lens in Noord-Frankrijk, bewoond door Nederlandse emigranten en mensen van Nederlandse afkomst.

Informatiekaart van NCF: Onthulling gedenkteken voor leger en vloot. Opgenomen in de NCF collectie op 20 september 1921.

Journaal-item zonder voice-over

Vergelijkbaar is ook de tweede film in de kaartenbak. Wilhelmina onthulde op 20 september 1921 in Scheveningen, naast het Kurhaus, een gedenkteken voor Leger en Vloot. Het zou een hedendaags journaal-item kunnen zijn, dan wel zonder de voice-over van de nieuwslezer. Wie nu nieuwsgierig is naar dit monument vindt het niet aan de boulevard in Scheveningen, het is door herinrichting in 2018 tijdelijk in een depot geplaatst.

Onthulling door H.M. Koningin Wilhelmina van het Gedenkteken voor de Gemobiliseerden van Leger en Vloot 1914 - 1918.

Reisprogramma’s avant la lettre

De collectie bevat vele lokale festiviteiten en gebruiken, maar ook van de koloniën, zoals het toenmalig Nederlands-Indië. Het was zoiets als de reisprogramma’s van nu, al ging men in die tijd alleen om er te werken heen. De films boden kennis over dit deel van Nederland, waar van velen familie woonde. 

De rituelen van de plaatselijke bevolking spraken tot de verbeelding, zoals film 999 uit het archief, Lijkverbranding in Bali. Het waren filmmakers als Willy Mullens van Haghefilm en Iep Ochse van Polygoon die een rondreis maakten door Nederlands-Indië om er zoveel mogelijk op film vast te leggen.

Conflict

Het archief verzamelde het archief jaarlijks tussen de 50 en 100 films. Het slechte contact met de filmbranche zelf leidde tot het einde van het archief. In 1929 ontstond een conflict met de NBB, de bioscoopbond. Ondanks allerlei pogingen om het conflict op te lossen, besloot het bestuur van het Filmarchief zich in 1933 op te heffen. Fakkelgang, een film uit 1932 gemaakt in opdracht van Nederlandsche Vereeniging tot Afschaffing van Alcoholhoudende Dranken is de laatste film die geregistreerd is.

Rijksarchief

De films werden geschonken aan het Rijksarchief, waar de collectie in het pand aan Bleijenburg al in een brandvrije kluis lag. Een nieuwe stichting zette de activiteiten bescheiden voort. Na de Tweede Wereldoorlog zijn de films terecht gekomen bij de dan pas opgerichte filmarchieven van het Nederlands Filmmuseum en het Filmarchief van de Rijksvoorlichtingsdienst, een voorloper van Beeld en Geluid. Vandaag de dag liggen de films in een bunker in de Scheveningse duinen. De films zijn inmiddels gedigitaliseerd vanaf dit jaar zal een groot deel ervan online beschikbaar zijn voor het publiek.

Bert Hogenkamp - De Nederlandse documentaire film 1920-1940

Nieuwsgierig

Veel van de films die zijn bewaard zijn beschreven door Bert Hogenkamp in zijn boek De Nederlandse documentairefilm 1920-1940. Maar over hoe het archief zelf werkte is maar weinig duidelijk. Wie maakten de keuzes en de afspraken over welke films te bewaren? Vertoonde het archief de films, bijvoorbeeld in de schoolbioscoop? Nu zijn er films uit deze collectie sinds kort voor online te bekijken. Jarenlang lagen de kwetsbare nitraatfilms veilig opgeborgen buiten het zicht. Wat biedt deze bijzondere collectie het huidige Nederlandse publiek? De oprichters van het archief zouden ongetwijfeld nieuwsgierig zijn of ze hun doel bereiken met het archief. Welk beeld geven deze films van Nederland aan het begin van de 20e eeuw? Hoe waarderen we deze films 100 jaar later? Het is aan het publiek en de geschiedwetenschap om deze vraag te beantwoorden.