You are here:

Media in crisistijd

We spoelen terug naar medio maart, toen vanwege de coronacrisis de intelligente lockdown van kracht ging. Beeld en Geluid sloot noodgedwongen zijn deuren en stelde in mum van tijd een wekelijkse online videoserie samen, met als presentator Harm Edens, over media in crisistijd. Lees hieronder het blog waarin onze collega Merel van den Meerendonk vertelt over de totstandkoming van deze serie.

Geen museumbezoekers en ook geen speciale publieksprogrammering meer. Het grootste deel van ons publiek werd door de lockdown onbereikbaar. Zoals zoveel musea stond Beeld en Geluid voor de uitdaging om zichtbaar en relevant te blijven in tijden van sluiting. Lastig, als je grootste kapitaal vanwege auteursrecht alleen ter plaatse mag worden getoond. Online gaan is dan geen optie. Of toch?

Momentum

Soms ontstaat er een momentum, een beslissend ogenblik waarop alles samenkomt. Voor Beeld en Geluid was dat momentum 23 maart. Onze publieksevenementen waren definitief afgelast en er was een knagend gevoel dat we toch ‘iets’ moesten doen. En toen was daar presentator Harm Edens die vroeg of hij niet iets met Beeld en Geluid kon doen. Een vraag die alle vaag knagende gedachten tot een concrete, creatieve uitbarsting katapulteerde. Binnen 24 uur lag er een plan voor de wekelijkse online videoserie Media in Crisistijd met Harm Edens, over alle veranderingen in de media tijdens de lockdown. Hiermee kon Beeld en Geluid relevant blijven tijdens de lockdown, zijn online positie verbeteren, archiefmateriaal geautoriseerd tonen en zelf nieuwe content creëren.

Wat gingen we doen? Gedurende tien weken zouden we wekelijks een aflevering maken over terreinen in de media waar de crisis grote impact op had. We koppelden dit uitgangspunt aan de vijf thema’s die we binnen Beeld en Geluid behandelen: Spelen, Delen, Vertellen, Informeren, Verleiden. Zo besloten we onder andere afleveringen te maken over gaming, reclame, nepnieuws en dramaproducties.

Naar Zutphen 

Er was een plan, we kregen toestemming om de serie te gaan maken, maar toen begon de grote uitdaging. Allereerst was er de vraag hoe we dit zouden gaan filmen. Met een land in lockdown, alle medewerkers die verplicht thuiswerken en het gebouw van Beeld en Geluid op slot. De interviews zou Harm kunnen doen via een van de vele videobel-platforms. Heel Nederland was inmiddels al gewend aan deze vorm van gesprekken voeren dus dat zou het probleem niet zijn. Maar hoe zouden we Harms presentatie opnemen? En vooral: hoe regisseer je iemand op afstand? Al snel bleek dat niet haalbaar en besloot ondergetekende, als samensteller verantwoordelijk, zelf ook de techniek, camera en regie op zich te nemen. We konden immers niet met een heel team in een ruimte aan de slag. Aldus toog ik wekelijks naar Harms woonplaats Zutphen voor de opnames.

Aflevering 1 

Een ander deel van de uitdaging was onze onervarenheid. Alleen onze eindredacteur had ervaring met het maken van tv- en radioprogramma’s, de rest van ons kleine team niet. Met z'n allen zijn we in het diepe gesprongen en hebben we in heel korte tijd en onder hoge druk geleerd hoe we tv moeten maken. Een belangrijke eerste les daarbij was dat het bij tv maken draait om de vorm, om het beeld. Dat lijkt een open deur maar wie vanuit een archief- of museumfunctie gewend is beschrijvende verhalen te vertellen, moet een omschakeling maken naar beeld. Goede inhoud is niet automatisch goede tv en dus leuk om naar te kijken. Al snel hadden we een heus format staan. Een format waarin wekelijks in elk geval twee interviews plaats hadden en waarin ook elke aflevering een conservator beelden uit het archief kon tonen die aansloten bij de actualiteit. Daarnaast bood het format ruimte voor quotes en compilaties uit de actuele media. 

Met het format helder leek aflevering 1, over de impact van de coronamaatregelen op televisieprogramma’s, zichzelf te maken. Het onderwerp lag voor het oprapen, we hadden twee fantastische eerste gasten geregeld, Arjen Lubach en Paul de Leeuw, en Harm kon als presentator van Dit Was Het Nieuws uit de eerste hand verslag doen van het effect van de lockdown op tv-makers. Op 3 april kwam aflevering 1 online, elf dagen na ons eerste contact met Harm Edens. Het eindresultaat oogde zeer professioneel en voldeed ook inhoudelijk aan onze hoge kwaliteitseisen. Ja, we waren behoorlijk trots op dit resultaat. Maar we hadden de lat ook hoog gelegd voor onszelf. Want dit niveau dienden we gedurende de komende negen weken op zijn minst te evenaren, maar liefst te overtreffen.

Trots

We waren opeens een heuse tv-redactie geworden die binnen een week een onderwerp moest researchen, gasten regelen, fragmenten zoeken et cetera. En dat terwijl de meesten van ons nog andere werkzaamheden ernaast hadden én we niet fysiek met elkaar konden afspreken. Dat leverde stress op - uiteraard zou ik bijna zeggen - maar het overheersende gevoel was toch vooral trots en blijdschap. En dat gevoel werd ook gedeeld door de leidinggevenden binnen Beeld en Geluid, die de weg vrij maakten voor vier extra afleveringen. Wat begon als een serie van maximaal tien afleveringen van tussen de vijf en zeven minuten, mondde uit in een reeks van dertien afleveringen en een Songfestival Special, allemaal ruim de tien minuten passerend. Waarmee we toevalligerwijs exact de lockdownperiode hebben gevuld. 

Inmiddels zijn we acht maanden verder en kijken we nog altijd met veel trots en voldoening terug op Media in Crisistijd. Trots omdat we in zo’n korte tijd iets professioneels op poten hebben gezet dat veel kijkers heeft getrokken. Voldoening omdat we als instituut onze online aanwezigheid hebben bekrachtigd en onze relevantie hebben aangetoond. Omdat we, door creatief te denken en snel te handelen, onze functie als mediaduider op een voor iedereen leuke manier hebben ingezet. Omdat we onze contacten in de mediawereld optimaal hebben benut en bestendigd. En, tot slot, omdat we middenin deze allesontregelende crisis hebben aangetoond dat we in staat zijn om creatief te blijven en zo toch (een deel van) ons publiek hebben bereikt.